De eerste
keer vond
plaats op zaterdag 22 februari in het Stadsklooster, met Mozarts 'kleine
g-moll' symfonie nr. 25 KV 183 als onderwerp en een orkest van zo'n 30 strijkers en blazers als deelnemers,
onder leiding van dirigent en initiatiefnemer Dirkjan Horringa. Een 50-tal mensen kwam luisteren en was enthousiast.
Op 26 april
(koningsdag) vond de tweede
aflevering plaats in het
Stadsklooster. Gespeeld werd Symfonie nr. 4 in D KV 19
(10') en het
klarinetconcert in A-groot KV 622 (29') voor 2 fluiten, 2 fagotten, 2 hoorns en strijkers. Soliste was
Marta
Xavier (Portugal). Er speelden 26 mensen in het orkest. Er waren een kleine 40 bezoekers.
De derde aflevering van Mozart op Zaterdag
vond plaats op zaterdagochtend 24 mei. We werkten aan Mozarts vierde vioolconcert in D KV 218. Mozart
schreef zijn vierde vioolconcert in D groot KV 218 in 1775 in Salzburg. Soliste was Evelyn Tjon-En-Fa. Zij werkte eerder mee als concertmeester aan Mozart op Zaterdag. In 2001 studeerde Evelyn cum laude af als uitvoerend musicus aan het conservatorium in Tilburg (Fontys Hogescholen). Naast haar
optredens als violiste werkt Evelyn sinds 2001 als advocaat.
De vierde aflevering van Mozart op Zaterdag vond plaats op zaterdagochtend 27 september. We werkten toen aan Mozarts Sinfonia concertante in Es KV 364 voor viool, altviool en orkest. De sinfonia bestaat uit drie delen, een Allegro maestoso, een Andante en een Presto, en duurt ongeveer 30 minuten. De Sinfonia concertante is een van de meest geliefde werken van Mozart. Het orkest bestaat uit twee hobo's, twee hoorns, fagot en strijkers, met gedeelde altviolen. Het werk is een prachtig voorbeeld van muzikale interactie tussen de solisten en het orkest. De solisten waren Valentina Bernardone (viool) en Anna Smith (altviool).


De vijfde aflevering van Mozart op Zaterdag vond plaats op zaterdagochtend 25 oktober. We werkten toen aan Mozarts 'Haffner' symfonie nr. 35 in D KV 385 voor uitgebreid orkest met dubbel hout, hoorns, trompetten en pauken. De symfonie dankt zijn naam aan de familie Haffner, een prominente familie uit Salzburg waar Mozart bevriend mee was. Oorspronkelijk componeerde Mozart het werk in 1782 als een serenade ter gelegenheid van de verheffing in de adelstand van Siegmund Haffner. Later bewerkte Mozart de serenade tot een symfonie door onder andere een mars en twee menuetten te verwijderen en een nieuw openingsdeel toe te voegen, waardoor het de vorm kreeg die wij nu kennen. De 'Haffner' symfonie is een prachtig voorbeeld van Mozarts meesterschap en zijn vermogen om zowel feestelijke grandeur als diepgaande emotie in zijn muziek te leggen.
Mozart schreef het concert voor zijn leerlinge Barbara Ployer, die ook de première in 1784 speelde. Het thema van het laatste deel is beroemd omdat Mozarts spreeuw dat kon zingen. Mozart was een groot vogelliefhebber. Hij had een spreeuw als huisdier en schreef dat hij de vogel dit wijsje had geleerd te zingen. Dat was waarschijnlijk geen grapje, want spreeuwen staan bekend om hun vermogen tot vocale imitatie.
Hans-Erik Dijkstra studeerde piano en compositie aan het Twents Conservatorium (Artez). In 1991 studeerde hij Cum Laude af.
Vervolgens studeerde hij bij Herman Uhlhorn en Alexander Warenberg aan het Utrechts Conservatorium.
Na zijn studie was hij correpetitor aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag.
Hij was pianodocent, vaste begeleider van koren en uitvoerend musicus in binnen- en buitenland.
Hij componeerde onder andere twee opera’s.
De zevende aflevering van Mozart op Zaterdag vond plaats op zaterdagochtend 24 januari. Tijdens deze sessie werkten we aan Mozarts Pianoconcert nr. 23 in A, KV 488. Het orkest bestond uit een fluit, twee klarinetten, twee fagotten, twee hoorns en strijkers. Drie pianisten verdeelden de solopartijen als volgt:
Mozarts Pianoconcert nr. 23 in A, KV 488, behoort tot zijn meest lyrische en verfijnde concertwerken. Het ontstond in 1786, in dezelfde creatieve periode als Le nozze di Figaro. Tijdens onze uitvoering viel vooral de kamermuzikale bezetting op, waarin de klarinetten voor een bijzonder warme en intieme kleur zorgden. Mozart voltooide het concert op 2 maart 1786, in een van zijn meest productieve Weense jaren. Ook bij deze uitvoering kwam het evenwicht tussen de virtuoze pianopartij en de bijna vocale melodiek duidelijk naar voren. De combinatie van precisie, lyriek en samenspel maakte deze aflevering tot een bijzonder muzikale zaterdagochtend.
De achtste aflevering van Mozart op Zaterdag vond plaats op zaterdagochtend 28 februari. We werkten aan Mozarts Symfonie nr. 40 in g klein KV 550. Mozart componeerde deze symfonie in de zomer van 1788, in een buitengewoon productieve periode waarin ook de eenenveertigste symfonie, de Jupitersymfonie, ontstond. De g-kleine symfonie werd later bekend om haar dramatische intensiteit, verfijnde vormgeving en emotionele diepte. Vanaf het gespannen openingsmotief van het eerste Molto Allegro tot de onrustige levendigheid van het slotdeel Allegro assai tekent zich een muziekbeeld af dat vooruitwijst naar de romantiek.
De symfonie bestaat uit vier delen:
De negende aflevering van Mozart op Zaterdag vond plaats op zaterdagochtend 28 maart. We werkten aan Mozarts vroege symfonie nr. 13 in F KV 112 en aan het tweede hoornconcert in Es KV 417, beide voor 2 hobo's, 1 fagot, 2 hoorns en strijkers. Hoornsolist was Maarten Theulen, die ook het publiek vergaste op een inleiding over de mogelijkheden en onmogelijkheden van de natuurhoorn.
Op zaterdagochtend 25 april speelde Mozart op Zaterdag Mozarts 29e symfonie in A KV 201. Mozart voltooide die symfonie op 6 april 1774 in Salzburg. Deze symfonie van Mozart wordt door verschillende auteurs beschouwd als een hoogtepunt in zijn symfonische werk. Dit komt door de uitwerking van de vorm, vooral van de uitgebreide sonatevorm van de eerste drie delen, die allemaal een expliciet coda hebben. Ook het contrapunt, vooral in het eerste deel, en de expressieve kracht, bijvoorbeeld in de lange doorwerking in het vierde deel, dragen hieraan bij. Deze symfonie en de kleine g-moll symfonie KV 183 zijn de vroegste symfonieën van Mozart die nog regelmatig op concertprogramma's verschijnen.
“Er is een nieuw besef van de noodzaak om de symfonie te verdiepen door middel van imitatieve vitalisering, om haar door middel van kamermuzikale verfijning te redden van het louter decoratieve. De instrumenten veranderen van karakter; de violen worden spiritueler, de blazers vermijden alles wat lawaaierig is, de figuraties alles wat conventioneel is. De nieuwe geest is gedocumenteerd in alle delen (...)" schreef musicoloog Albert Einstein over deze symfonie. Stanley Sadie karakteriseert hem als “een mijlpaal ... persoonlijk in toon, ja misschien wel individueler in zijn combinatie van een intieme, kamermuzikale stijl met een nog steeds vurige en impulsieve manier.”
Op zaterdagochtend 23 mei bracht Mozart op Zaterdag het 24e pianoconcert in c klein KV 491 ten gehore. Dit werk, dat tot Mozarts meest indrukwekkende en dramatische concerten behoort en een van zijn twee pianoconcerten in een mineurtoonsoort is, werd door hem voltooid in 1786 toen hij op het toppunt van zijn creativiteit stond. De donkere toonsoort c klein geeft het concerto een intens karakter, dat door de rijke orkestratie een kleurrijk en bijna symfonisch klankbeeld krijgt. Het concerto, bestaande uit drie delen en eindigend met een reeks variaties, zorgt voor een bijzondere afwisseling van dramatiek en innerlijke spanning.

De solopartij werd verzorgd door pianist Hans-Erik Dijkstra, die al eerder bij Mozart op Zaterdag schitterde in het 17e pianoconcert KV 453. Dijkstra bleek opnieuw een veelzijdig musicus; hij werkte na zijn studie als correpetitor aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag, is actief als pianodocent, vaste begeleider van koren, en treedt op in binnen- en buitenland. Ook componeerde hij onder andere twee opera’s. Zijn brede ervaring in de kamermuziek en als begeleider gaf zijn solospel merkbaar extra diepgang en een natuurlijk gevoel voor samenspel met het orkest en de dirigent. Hierdoor wist hij in dit concerto-repertoire een overtuigende balans te vinden tussen virtuositeit, muzikaal lijnenspel en de dialoog met het orkest.